Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8779.
8. Bij Wet van 15 jan. 1998, Stb. 33 is art. 321 Sv gewijzigd in verband met het schrappen van de getuigenlijst(1). Voortaan stelt de voorzitter vast welke personen, al dan niet daartoe opgeroepen, als getuige ter terechtzitting zijn verschenen. (art. 287 lid 1 Sv). Art. 287 en 288 Sv bevatten een regeling voor het geval een getuige niet is verschenen. Deze is hoofdzakelijk gelijk aan de regeling zoals deze was vervat in de art. 280 en 282 Sv, met dien verstande dat hernieuwde oproeping van een getuige thans ook achterwege kan blijven bij gevaar voor de gezondheidstoestand van de getuige (art. 288, lid 1, aanhef en onder b). Voorts werd aan art. 321 Sv een verwijzing toegevoegd naar art. 260 lid 2 Sv opdat de verdachte in het belang van zijn verdediging op de hoogte wordt gesteld van getuigen die door de officier van justitie worden opgeroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516, en de alinea staat in dat document op bytes 9140 tot 10010.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516 | shasum -a 256