Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8779.

12. Het middel slaagt. Overigens moet ik wel zeggen dat de door het hof gevolgde redenering mij aanspreekt. Zoals de wet nu in elkaar steekt, vormt deze een belangrijke hinderpaal voor het efficiënt organiseren van een omvangrijk strafproces in een regiezitting. Na een regiezitting volgt immers steeds aanhouding van de zaak en kan dus de officier van justitie vrijelijk getuigen en deskundigen oproepen en kan de raadsman opnieuw aan de officier van justitie getuigen opgeven die moeten worden gehoord tenzij de uitzonderingen van art. 288 lid 1 Sv van toepassing zijn. Dit betekent dat de wet openbaar ministerie en verdediging niet dwingt vóór de regiezitting goed uit te zoeken welke getuigen in het belang van verdachte moeten worden gehoord. Het bepaalde in art. 321 Sv staat daarmee aan een effectief gebruik van een regiezitting in de weg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516, en de alinea staat in dat document op bytes 12378 tot 13242.