Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8779.

20. In de toelichting op het middel wordt voorts de vraag aan de orde gesteld of uit de bewijsmiddelen wel kan worden afgeleid dat verdachte zich ervan bewust is geweest dat de heroïne binnen Nederland is gebracht en dan wel met name "betrekkelijk kort voor de bewezenverklaarde handelingen". Nu stelt de wet die laatste eis niet. Toch moet de steller van het middel worden toegegeven dat niet iedere - kort gezegd - vervoershandeling met betrekking tot heroïne nog tot binnen het grondgebied brengen van Nederland kan worden gerekend. Er komt eens een einde aan de import. Ik zou menen dat zo lang heroïne nog in zo grote hoeveelheden wordt vervoerd als in het onderhavige geval van "binnen het grondgebied brengen" sprake is en dat verdachte zich daarvan gezien die grote hoeveelheid bewust moet zijn geweest. Onder omstandigheden kan dit anders zijn maar te dien aanzien heeft verdachte niets aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516, en de alinea staat in dat document op bytes 16753 tot 17676.