Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8779.
27. De steller van het middel heeft wel gelijk: de strafmotivering en de bewezenverklaring stroken niet helemaal, en dat nog wel in een voor verdachte nadelige zin. Toch vraag ik mij af of uit de strafmotivering nu de conclusie moet worden getrokken dat het hof bij de strafoplegging een ander, voor verdachte ongunstiger beeld voor ogen heeft gehad dan uit de bewezenverklaring voortvloeit en het hof de verdachte dus een hogere straf heeft opgelegd dan zij zou hebben gedaan als het geheel was uitgegaan van de feiten zoals bewezenverklaard. Ik meen dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Het beeld dat het hof bij de bepaling van de hoogte van de straf voor ogen moet hebben gehad, moet toch zijn opgekomen uit bewezenverklaring en bewijsmiddelen tezamen. De telastelegging dwong het hof bij de bewezenverklaring van feit 1 uitdrukkelijk te kiezen tussen één en meer berovingen. Het hof heeft uitdrukkelijk gekozen voor één beroving. Er moet dus van een slordigheid bij de formulering van de strafmotivering sprake zijn, die voor bepaling van de hoogte van de straf niet van betekenis is geweest. Daarom meen ik dat het middel weliswaar terecht is voorgedragen maar niet tot vernietiging van het bestreden arrest dient te leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516, en de alinea staat in dat document op bytes 20812 tot 22072.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee9d89215d2ad75ff7a85f01974001d2b880657aaae5ce5ebb53119c8d4ce516 | shasum -a 256