Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8795.
In het verleden is de vraag aan de orde geweest of de omstandigheid dat een in algehele gemeenschap van goederen gehuwde man een eenmanszaak drijft, meebrengt dat de echtgenote ook ondernemer in de zin van de inkomstenbelasting is. In zijn arrest van 15 november 1950 (B 8888) oordeelde de Hoge Raad dat "wil een belastingsubject wegens de opbrengst van een bron van inkomen belastingplichtig zijn, die opbrengst hem rechtstreeks moet toevloeien"; het feit dat een gemeenschap van goederen bestaat, betekent volgens de Hoge Raad niet dat de opbrengst rechtstreeks aan de echtgenote toevloeit. De echtgenote wordt dan ook niet als ondernemer gezien(13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5094bc61b67c70530f695891a22bb43696d004129a86e43178ab61c9e702553. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5094bc61b67c70530f695891a22bb43696d004129a86e43178ab61c9e702553, en de alinea staat in dat document op bytes 11244 tot 11909.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5094bc61b67c70530f695891a22bb43696d004129a86e43178ab61c9e702553 | shasum -a 256