Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8800.
De opname van dit bewijsmiddel heeft immers alleen zin indien het hof ervan uit is gegaan dat voor het bewijs van "voorhanden hebben" in meerdere of mindere mate bewustheid bij de dader vereist is. Uit de opmerking van [verdachte] dat "dinges" er wel in kan blijven volgt immers dat hij zich van de aanwezigheid van "dinges" in de auto bewust is geweest. Dat het hof onder "dinges" een vuurwapen heeft verstaan is een uitleg van de inhoud van het telefoongesprek die niet onbegrijpelijk is. Het hof heeft immers kennelijk als volgt geredeneerd: met "dinges" werd iets aangeduid dat maar niet bij name moest worden genoemd; verdovende middelen waren het niet, want die moesten - zoals uit de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3 blijkt - op de dag waarop het gesprek gevoerd werd nog door [betrokkene 7] worden opgehaald; "dinges" moet dus betrekking hebben gehad op het drie dagen later in de auto gevonden vuurwapen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beb5cdc655624478830ca8d76ef285f3b19782bea20759c4e30aa682c70f51de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beb5cdc655624478830ca8d76ef285f3b19782bea20759c4e30aa682c70f51de, en de alinea staat in dat document op bytes 10987 tot 11918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/beb5cdc655624478830ca8d76ef285f3b19782bea20759c4e30aa682c70f51de | shasum -a 256