Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8928.
5. In beide feitelijke instanties is namens verzoeker betoogd, samengevat, dat de in de tenlastelegging bedoelde vogels in België zijn voorzien van een naadloos gesloten pootring en dat aldaar een zogenaamd CITES-certificaat voor die vogels is afgegeven. Het in Nederland voorhanden hebben van die vogels zou legaal zijn. De verdediging beriep zich op EG Verordening 338/97 ('CITES-Verordening) en de tot uitvoering daarvan strekkende Verordening 939/97. Voorts verwees de verdediging naar een arrest van het Hof van Justitie der EG in de zaak Vergy (zaak C-149/94). Ook werd betoogd dat de in art. 7 Vogelwet 1936 gestelde verbodsnormen niet gehandhaafd mogen worden, aangezien die bepaling een handelsbelemmerende maatregel vormt, terwijl niet is voldaan aan de voorwaarden waaronder zo een handelsbelemmerende maatregel ingevolge art. 30 EG-verdrag toelaatbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c, en de alinea staat in dat document op bytes 6809 tot 7691.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c | shasum -a 256