Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8928.
8. De centrale klacht in dit middel komt er, als ik het goed begrijp, op neer dat art. 7 Vogelwet 1936 buiten toepassing gelaten had moeten worden, omdat de economische politierechter en het Hof hebben miskend dat uit art. XIV (met name het tweede en derde lid) van de zogenaamde CITES-Overeenkomst voortvloeit dat Nederland niet de vrijheid heeft nadere regels te stellen en te handhaven als opgenomen in art. 7 Vogelwet 1936. De strakke ordening van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zou dat meebrengen. Ook de Europese Unie, die geen partij bij de CITES-Overeenkomst is, zou de bevoegdheid ontberen om regels uit te vaardigen die strekken tot een verdergaande bescherming van vogels als de onderhavige dan die Overeenkomst beoogt te bieden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c, en de alinea staat in dat document op bytes 12351 tot 13107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c | shasum -a 256