Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8928.

9. Nog daargelaten dat uit de in beide feitelijke instanties overgelegde pleitaantekeningen niet blijkt dat een beroep is gedaan op een uit het régime van de WTO voortvloeiende betekenis van de CITES-Overeenkomst die zou meebrengen dat hetzij Nederland, hetzij de Europese Gemeenschappen geen bevoegdheid toekomt om regels te stellen of te handhaven die diersoorten een bredere bescherming bieden dan in de CITES-Overeenkomst is voorzien, is de klacht tevergeefs voorgesteld omdat de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie cum annexis van dien aard zijn dat daarin opgenomen bepalingen niet voor rechtstreekse toepassing vatbaar zijn. In een strafprocedure kan een verdachte daarop geen beroep doen ten betoge dat door de nationale wetgever - of door de organen van de Europese Gemeenschappen - vastgestelde bepalingen buiten toepassing moeten blijven, vgl HR NJ 2001, 411.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c, en de alinea staat in dat document op bytes 13127 tot 14036.