Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8928.

11. Ik laat wederom daar dat nergens uit blijkt dat dit bezwaar reeds in feitelijke aanleg is gevoerd, ofschoon de datering van bedoelde brief uitwijst dat dit mogelijk zou zijn geweest. Waarom deze omstandigheid als "novum" wordt gepresenteerd is mij niet dan ook niet duidelijk. Wat daar van zij, de omstandigheid dat Nederland eerst bij brief van 25 juni 1999 (een exemplaar van die brief is overigens aan de schriftuur gehecht) heeft voldaan aan art. 20 Verordening (EG) 338/97 en art. 14 van Verordening (EG) 939/97 door opgave te doen van de maatregelen die ter uitvoering van die Verordeningen zijn getroffen, brengt niet mee dat de desbetreffende nationale voorschriften onverbindend zijn ten aanzien van de periode tussen het inwerking treden van de Verordeningen en het doen van die opgave.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c, en de alinea staat in dat document op bytes 14669 tot 15482.