Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8928.

32. Reeds de tekst van art. 13, eerste lid, Flora- en faunawet, zoals afgedrukt in het Staatsblad, wijst uit dat er een misslag van redactionele aard is opgetreden. Het gestelde in de aanhef en onder a is zinledig indien het niet gevolgd wordt door hetgeen - zoals in het Staatsblad afgedrukt - onder b volgt na het woord "diersoort". De zo-even genoemde brief van de Staatssecretaris bevestigt dat het eerste lid van art. 13 Flora- en faunawet aldus gelezen dient te worden dat de daar omschreven gedragingen verboden zijn indien zij betrekking hebben op hetzij de planten of dieren genoemd onder a, hetzij de dieren genoemd onder b. Na "b. dieren behorende tot een niet beschermde uitheemse diersoort" had derhalve een nieuwe regel moeten aanvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c, en de alinea staat in dat document op bytes 31488 tot 32253.