Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE8928.

Mij komt het voor dat 's Hofs vaststelling dat het op art. 21 Vogelwet 1936 gegronde vergunningenstelsel zich weliswaar laat aanmerken als een invoerbeperkende maatregel als bedoeld in art. 28 EG-Verdrag, maar dat zich de in art. 30 EG-Verdrag bedoelde rechtvaardiging voor die maatregel voordoet, gelet op het beschermingsdoel van dat stelsel, de noodzaak om dit beschermingsdoel te bereiken, en de effecten van het stelsel die evenredig zijn aan het nagestreefde doel, niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl die vaststelling niet onbegrijpelijk is, vgl HR NJ 1999, 553. Dat klemt temeer daar art. 11 Verordening (EG) 338/97 de Lidstaten de vrjheid laat om ten aanzien van het verlenen van vergunningen strengere maatregelen te treffen dan in die Verordening voorzien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8a32e072550ce45dc50603385e667358fd7b32bd851c5989b4b91318a1611c, en de alinea staat in dat document op bytes 34186 tot 34985.