Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.
51. Deze overweging is begrijpelijk en toereikend. Hoe door deze beslissing het beginsel van interne openbaarheid geschonden kan zijn valt niet in te zien, daar de procureur-generaal in zijn repliek ook heeft vermeld dat de gratieverlening uitvloeisel is van een andere overeenkomst met [getuige 1] dan de overeenkomst die ten dienste van de onderhavige strafzaak met hem is gesloten. Er was voor het Hof daarom geen reden de gratiebescheiden aan te merken als stukken die voor beoordeling van de strafzaak tegen verzoeker van belang kunnen zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 52406 tot 52966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49 | shasum -a 256