Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 144 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.

Dat heeft de steller van het middel kennelijk wel doorzien, want hij legt de overwegingen ten aanzien van de strafbepaling aldus uit dat de strafvermindering is gebaseerd op de in het tussenvonnis opgenomen overweging dat er geen sprake is geweest van een schending van art. 3 EVRM, hetgeen mee zou brengen dat de strafverlaging niet in verhouding staat tot de ernst van die schending.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 64505 tot 64903.