Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.
11. In dit licht dienen de door art. 6, derde lid, EVRM gewaarborgde verdedigingsrechten te worden bezien. Tot de faciliteiten waarover de verdediging moet kunnen beschikken behoort een adequate kennisneming van de stukken waarin aanwijzingen gevonden kunnen worden dat de verdachte het hem verweten feit heeft begaan, of die aanwijzingen belichamen dat hij zich juist niet aan dat feit schuldig heeft gemaakt. De verdediging heeft onmiskenbaar een zeker belang bij kennisneming van de bewijsmiddelen die in eerste aanleg tot een bewezenverklaring hebben gevoerd, ook indien reeds is besloten hoger beroep in te stellen. Die selectie van bewijsmiddelen kan de verdediging een indicatie geven dat ook de appèlrechter daar betekenis aan zal toekennen, en daarnaast mogelijk worden opgevat als een aanwijzing hoe bewijsverweren moeten worden ingekleed om ze een grotere kans van slagen te geven. Een groter belang bij kennisneming van de in eerste aanleg gekozen bewijsconstructie heeft de verdediging evenwel niet, aangezien zij slechts een selectie vormt uit hetgeen in andere vorm reeds was vastgelegd, en die selectie geenszins bepalend is voor de in hoger beroep te nemen beslissingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 12380 tot 13581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49 | shasum -a 256