Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.

12. Het in art. 6, derde lid, onder a, EVRM gewaarborgde recht van een verdachte onverwijld en in bijzonderheden op de hoogte te worden gesteld van de aard en reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging heeft betrekking op de tenlastelegging, en eventueel de stukken waaruit de volle betekenis van de tenlastelegging duidelijk kan worden. De bewijsmiddelen die in eerste aanleg tot een bewezenverklaring hebben geleid vallen daar niet onder, aangezien die niet de grondslag voor de berechting in hoger beroep vormen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 13620 tot 14154.