Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.

19. Ten aanzien van art. 423, derde lid Sv heeft de Hoge Raad benadrukt dat terugwijzing slechts dient te volgen indien de eerste rechter ten onrechte niet aan de hoofdzaak is toegekomen. Voor deze terugwijzing is geen plaats indien de eerste rechter de hoofdzaak wèl heeft behandeld, tenzij zich een omstandigheid heeft voorgedaan die meebrengt dat de behandeling niet had mogen plaatsvinden. Die omstandigheid kan er in gelegen zijn dat de niet-verschenen verdachte of diens raadsman niet naar behoren zijn geïnformeerd omtrent het tijdstip van de behandeling (vgl onder meer HR NJ 1995 en HR NJ 1998, 516). Ook indien bij de behandeling in hoger beroep blijkt dat de verdachte in eerste aanleg verstoken is geweest van rechtskundige bijstand omdat hij niet in een voor hem begrijpelijke taal op de hoogte is gebracht van zijn bevoegdheid toevoeging van een raadsman te verzoeken, kan dat een reden zijn voor terugwijzing (HR NJ 1999, 296). De achterliggende gedachte is, dunkt mij, dat in dergelijke gevallen de verdachte niet zijn recht op een volwaardige behandeling in twee feitelijke instanties kan verwezenlijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 21015 tot 22152.