Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.

Dat de getuigen niet ter terechtzitting zijn gehoord kan aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie niet in de weg staan. Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnis van 2 januari 2001 waarin de beslissing af te zien van het ter terechtzitting horen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] is gegeven alsmede naar de in dat vonnis genoemde gronden voor die beslissing. Zoals uit de gang van zaken in de onderhavige zaak blijkt heeft het Hof er de voorkeur aan gegeven die getuigen zelf lijfelijk ter terechtzitting te horen maar is daarvan om in het vonnis genoemde redenen afgezien. Nu die getuigen in aanwezigheid van de verdediging door de rechter-commissaris zijn gehoord en voorts nadien ook in eerste aanleg -[getuige 1] ter terechtzitting en [getuige 2] middels een videoverhoor- en in hoger beroep ter terechtzitting met behulp van een live videoverbinding zijn gehoord, kan de omstandigheid dat beide getuigen niet lijfelijk ter terechtzitting in hoger beroep aanwezig zijn geweest teneinde te worden ondervraagd, niet leiden tot niet ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 28746 tot 29879.