Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.

De stelling van de raadsman dat door het openbaar ministerie is getracht de getuigen bij het afleggen van hun verklaring in hoger beroep weloverwogen en stelselmatig te beïnvloeden en dat de procureur-generaal daartoe ook opdracht heeft gegeven aan de politiefunctionarissen in de studio waar de getuigen zich ten tijde van hun verhoor bevonden is niet aannemelijk geworden. Het Hof baseert zich daarbij allereerst op de eigen waarneming van het videoverhoor. Van beïnvloeding van de getuigen is naar het oordeel van het Hof geen sprake. Met name blijkt zulks uit de wijze waarop en de inhoud van de beantwoording van de aan de getuigen gestelde vragen. Het proces-verbaal van de politiefunctionarissen waarin de gang van zaken in de studio in Nederland wordt gerelateerd in onderling verband en samenhang beschouwd met hetgeen het Hof via de live videoverbinding heeft waargenomen geeft op geen enkele wijze voeding aan het door de verdediging geuite vermoeden dat sprake is van een door die functionarissen meinedig opgemaakt proces-verbaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 29918 tot 30976.