Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.
Het Hof stelt voorop dat naar huidig recht aan het openbaar ministerie niet de bevoegdheid kan worden ontzegd met anderen, waaronder medeverdachten, overeenkomsten te sluiten teneinde belastende verklaringen te verkrijgen. In de onderhavige zaak is niet gebleken dat de met [getuige 1] -die zelf is vervolgd, berecht en veroordeeld wegens overtreding van de Opiumlandsverordening- gesloten overeenkomst de marginale toetsing aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit niet kan doorstaan. Het Hof acht op grond van de door hem aan de hand van voornoemde beginselen uitgevoerde toetsing de met [getuige 1] gesloten overeenkomst niet van dien aard dat die overeenkomst, die in het kader van de vervolging en berechting van verdachte is totstandgebracht, aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging in de weg staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 32311 tot 33177.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49 | shasum -a 256