Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.
Naar mijn inzicht zou het Gemeenschappelijk Hof er goed aan gedaan hebben nader te omschrijven welke feitelijke vaststellingen hebben gevoerd tot het oordeel dat de met [getuige 1] en [getuige 2] gesloten overeenkomsten de toets aan proportionaliteit en subsidiariteit kunnen doorstaan. Dat klemt temeer daar de aan [getuige 1] gedane toezeggingen onder meer inhouden dat hij niet zal worden vervolgd ter zake van feiten van mogelijk aanzienlijke ernst, die hij in een periode van ruim een jaar zal blijken te hebben begaan. Die toezegging gaat voor Nederlandse begrippen ver. In de voor Nederland geldende gepubliceerde beleidslijnen van het openbaar ministerie (ten tijde van het wijzen van de bestreden uitspraak de 'Richtlijn afspraken met criminelen', Stcrt 1997, 61, en thans de 'Tijdelijke aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken', Stcrt 2001, 138) ligt besloten dat zulke immuniteit voor vervolging niet mag worden toegezegd. Daarbij past uiteraard de kanttekening dat de gepubliceerde beleidsregels van het Nederlandse openbaar ministerie niet rechtstreeks toepasselijk zijn op de rechtspleging op de Nederlandse Antillen en Aruba.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 39193 tot 40358.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49 | shasum -a 256