Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9231.

39. Voorts wordt aangevoerd dat de afwijzing van het verzoek onbegrijpelijk is omdat - terwijl de verdediging er vanaf oktober 2000 melding van had gemaakt dat haar bekend was geworden dat [getuige 1] reeds in maart 2001 vrij zou komen - de procureur-generaal Tielkemeijer pas op 10 mei 2001, 7 dagen voor het pleidooi in hoger beroep en nadat de getuigen waren verhoord, bekend heeft gemaakt dat [getuige 1] ook in een andere zaak toezeggingen zijn gedaan. Nu de verdediging niet in staat is geweest de kroongetuigen (in dit verband kan alleen op [getuige 1] gedoeld zijn) of mr Tielkemeijer daaromtrent te ondervragen is, zo wordt betoogd, 's Hofs oordeel dat verzoeker niet in zijn verdediging kan worden geschaad onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca98436e4647be7251824c940073bfe6883e8d54aa1d1d669bec1104a37f3f49, en de alinea staat in dat document op bytes 44517 tot 45262.