Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9669.

5. In de toelichting op het middel wordt in een voetnoot met recht opgemerkt dat in casu sprake is van een beslissing van het hof, terwijl het horen van een getuige buiten tegenwoordigheid van de verdachte op grond van art. 297 derde lid Sv een voorzittersbeslissing en -bevel is. Kennelijk heeft het hof, nu het toch in raadkamer diende te beraadslagen over een verzoek tot sluiting van de deuren, ook meteen het verzoek om de getuigen te horen buiten aanwezigheid van verzoeker behandeld. Strikt genomen zou deze beslissing door de voorzitter alleen genomen kunnen (en behoren te) worden. Een beslissing van het hof impliceert evenwel dat dit mede een beslissing van de voorzitter betreft, terwijl het dossier geen aanwijzingen bevat dat deze beslissing niet gedragen werd door de voorzitter. Nu de beslissing bovendien door de voorzitter zal zijn medegedeeld, kan de beslissing om de getuigen in afwezigheid van verzoeker te horen aldus kunnen worden verstaan dat de voorzitter aan verzoeker het bevel heeft gegeven de zittingszaal te verlaten voor de duur van dit verhoor. Dit, wat betreft de voetnoot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2015dd2e3501d6ea1a49a8cf568cfab3e76e1b068a6feb3fbbdc453507d7c63f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2015dd2e3501d6ea1a49a8cf568cfab3e76e1b068a6feb3fbbdc453507d7c63f, en de alinea staat in dat document op bytes 6828 tot 7947.