Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9669.
6. Zoals de steller van het middel terecht opmerkt, behoeft een bevel dat de verdachte de zittingszaal verlaat, opdat een getuige buiten tegenwoordigheid van de verdachte zal worden ondervraagd niet nader te worden gemotiveerd. Zie HR 21 oktober 1986, NJ 1987, 443; HR 10 december 1991, NJ 1992, 340. Het hof heeft derhalve de beslissing om de beide getuigen - die beiden slachtoffer zijn in deze zaak - buiten tegenwoordigheid van verzoeker te horen onverplicht nader gemotiveerd. Een middel dat zich tegen een dergelijke motivering richt, is tevergeefs voorgesteld. Vergelijk de situatie waarin een raadsman die niet op grond van art. 279, eerste lid, Sv door zijn cliënt is gemachtigd, ter terechtzitting niettemin verweer voert. Blijkens HR 23 oktober 2001, NJ 2002, 77 is het hof niet gehouden op een dergelijk verweer te responderen, nu de raadsman niet gerechtigd was tot het voeren van verweer. Indien het hof zo'n verweer desondanks gemotiveerd verwerpt, dient die verwerping als een verwerping ten overvloede te worden beschouwd. Een middel dat tegen een dergelijke verwerping op komt dient buiten bespreking te blijven (zie HR 23 april 2002, NJ 2002, 338. Zie ook A.J.A. van Dorst, Cassatie in strafzaken, 4e, p. 83: een middel mag zich niet keren tegen een overweging ten overvloede).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2015dd2e3501d6ea1a49a8cf568cfab3e76e1b068a6feb3fbbdc453507d7c63f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2015dd2e3501d6ea1a49a8cf568cfab3e76e1b068a6feb3fbbdc453507d7c63f, en de alinea staat in dat document op bytes 7967 tot 9277.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2015dd2e3501d6ea1a49a8cf568cfab3e76e1b068a6feb3fbbdc453507d7c63f | shasum -a 256