Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9669.
10. Het komt mij voor dat dit een tardieve klacht is. De goede procesorde vereist mijns inziens dat de raadsman meteen bezwaar maakt indien naar zijn mening ten onrechte bij het onderzoek naar de identiteit van een getuige door de hoogste feitenrechter, enig identiteitsgegeven achterwege blijft (art. 290, eerste lid, Sv). Of sprake is van een in dit wetsartikel bedoeld gegrond vermoeden dat een getuige overlast zal ondervinden in verband met het afleggen van zijn verklaring, kan immers aanleiding tot discussie vormen en vaststelling van omstandigheden vergen, iets waarvoor de Hoge Raad niet is toegerust. In aanmerking genomen dat door de verdediging ter terechtzitting geen bezwaar is gemaakt tegen het toelaten van een domiciliekeuze door de getuigen en evenmin is aangevoerd dat de ter terechtzitting verschenen personen niet de opgeroepen getuigen [getuige 1] en [getuige 2] waren, meen ik dat reeds op zijn tardiviteit het middel afstuit. Een alternatieve verwerping beproef ik daarom ook niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2015dd2e3501d6ea1a49a8cf568cfab3e76e1b068a6feb3fbbdc453507d7c63f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2015dd2e3501d6ea1a49a8cf568cfab3e76e1b068a6feb3fbbdc453507d7c63f, en de alinea staat in dat document op bytes 11276 tot 12295.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2015dd2e3501d6ea1a49a8cf568cfab3e76e1b068a6feb3fbbdc453507d7c63f | shasum -a 256