Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0122.

5. De Rechtbank te Amsterdam heeft de vorderingen van [eiseres] toegewezen. Zij overwoog daartoe als volgt. Vooropgesteld moet worden dat bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst aan Octant en ook aan [A] bekend was dat [betrokkene 1] op korte termijn de opstal zou verlaten en dat de bestemming van de opstal verder nog onbekend was, terwijl uit het door [betrokkene 2] opgemaakte rapport blijkt dat [betrokkene 4] (directeur van Octant) nadere informatie zou verschaffen over de ontwikkelingen ter zake van het pand. Als assurantietussenpersoon had [betrokkene 4], en dus Octant, moeten weten dat nadere informatie over het vertrek van [betrokkene 1] en de bestemming van de opstal voor de verzekeraars van belang was. Dat Octant van het belang hiervan op de hoogte was blijkt tevens uit de verklaring die [betrokkene 2] heeft afgelegd bij gelegenheid van een voorlopig getuigenverhoor in het kader van de procedures die [eiseres] tegen de beide verzekeraars voert. Vaststaat voorts dat [betrokkene 4] (zoals hij ook heeft verklaard bij het voorlopige getuigenverhoor in het kader van bedoelde procedures) op enig tijdstip vóór de brand op de hoogte was van het vertrek van [betrokkene 1], van de daarop gevolgde leegstand, van het voornemen tot wijziging van de bestemming en de verbouwingswerkzaamheden alsmede van het stopzetten daarvan op last van de gemeente. Nu deze feiten mede in het licht van artikel 2.24 van de verzekeringsvoorwaarden gelden als voor de verzekeraar relevante informatie en Octant van deze feiten op enig tijdstip vóór de brand heeft kennisgenomen, had zij deze feiten aan [A] en/of aan de verzekeraars moeten melden, althans had het tenminste op haar weg gelegen bij [eiseres] om nadere informatie te vragen en voorts [eiseres] te wijzen op de gevolgen van deze feiten voor de opstalverzekering. Derhalve moet worden geconcludeerd dat Octant is tekortgeschoten in de bekwaamheid en zorg die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend tussenpersoon mocht worden verwacht. In zoverre is er dus sprake van een toerekenbare tekortkoming van Octant. Het beroep van Octant op eigen schuld aan de zijde van [eiseres] wordt verworpen nu gesteld noch gebleken is dat uitdrukkelijke mededeling van [eiseres] aan Octant wél tot een mededeling van Octant aan de verzekeraars zou hebben geleid. Het schadeverweer moet worden afgewezen nu de vordering strekt tot verwijzing naar een schadestaatprocedure en daarvoor voldoende is dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397, en de alinea staat in dat document op bytes 12497 tot 15050.