Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0122.

In de rechtsoverwegingen 3.8 en 3.9 overwoog het Hof dat bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst ook [A] ermee bekend moet zijn geweest dat [betrokkene 1] op korte termijn de opstal zou verlaten en dat de bestemming van het pand verder nog onbekend was. In rechtsoverweging 3.10 oordeelde het Hof dat Octant niet kan worden verweten de (uiteindelijke) bestemming niet te hebben medegedeeld nu er bij [eiseres] (nog) geen zekerheid omtrent de uiteindelijke bestemming bestond en bovendien aangenomen moet worden dat [A] voldoende geïnformeerd was omtrent de plannen omtrent de beoogde bestemming. Met betrekking tot de werkzaamheden die in de opstal werden verricht oordeelde het Hof in rechtsoverweging 3.11 dat deze zo gering van aard en omvang waren dat geen sprake was van een risicoverzwaring in de zin van de verzekeringsvoorwaarden die aan de verzekeraars had moeten worden doorgegeven. In rechtsoverweging 3.12 overwoog het Hof dat de omstandigheid dat de woning in verband met de werkzaamheden enige tijd buiten gebruik is geweest hieraan niet afdoet, temeer niet nu het pand er aan de buitenzijde keurig en bewoond had uitgezien en het niet ongebruikelijk is dat een pand na het vertrek van de vorige eigenaar enige tijd - al dan niet in verband met opknapwerkzaamheden - buiten gebruik is en aan [A] bekend was dat de eigenaar/verkoper binnen korte tijd het pand zou verlaten. Daarom achtte het Hof "het niet doorgeven van het feit dat de opstal gedurende enige tijd buiten gebruik was" niet zo ernstig dat kan worden gesproken van een handelen als van een onzorgvuldig assurantietussenpersoon. In rechtsoverweging 3.13 overwoog het Hof voorbij te gaan aan het verwijt dat Octant niet aan [A] heeft doorgegeven dat het pand vanwege de door de gemeente opgelegde bouwstop enige (nadere) tijd leegstond nu dat Octant heeft betwist van die bouwstop op de hoogte te zijn geweest en [eiseres] geen relevant en specifiek bewijsaanbod heeft gedaan van haar stelling omtrent de wetenschap van Octant op dit punt. In rechtsoverweging 3.14 overwoog het Hof dat de omstandigheid dat het inspectierapport van de buitendienstmedewerker van [A] de aantekening bevatte dat nadere informatie van de directeur van Octant zou volgen aan het voorgaande niet afdoet, aangezien geen sprake was van (een) relevante risicoverzwarende (omstandigheid) omstandigheden zoals bedoeld in de verzekeringsvoorwaarden waarvan Octant kennis droeg en die door Octant doorgegeven (diende) dienden te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397, en de alinea staat in dat document op bytes 15978 tot 18482.