Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0122.
- In zijn arrest van 11 december 1998, NJ 1999, 650, m.nt. Clausing, herhaalde de Hoge Raad zijn overweging uit zijn arrest van 22 november 1996 dat de zorg die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht, meebrengt dat de tussenpersoon aan de verzekeraar voldoende inlichtingen verschaft om deze ervan te weerhouden naderhand een beroep op art. 251 K te doen; hij overwoog vervolgens dat zulks meebrengt dat indien de tussenpersoon niet over voldoende gegevens beschikt of niet ervan mag uitgaan dat de gegevens waarover hij beschikt nog volledig en juist zijn, hij daarnaar bij zijn cliënt (de aspirant-verzekeringnemer) dient te informeren ook wanneer het gaat om feiten betreffende een eventueel strafrechtelijk verleden, voor zover die feiten van belang zijn voor de beantwoording van vragen die de verzekeraar met betrekking tot het aangaan van de verzekering heeft gesteld. De assurantietussenpersoon dient daarbij ermee rekening te houden - aldus de Raad - dat zijn cliënt niet spontaan zal overgaan tot vermelding van gegevens omtrent zijn strafrechtelijk verleden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397, en de alinea staat in dat document op bytes 26140 tot 27276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397 | shasum -a 256