Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0122.

11. Naar mijn oordeel faalt middelonderdeel 2 voorzover het opkomt tegen rechtsoverweging 3.10 van 's Hofs arrest. 's Hofs in deze rechtsoverweging vervatte oordeel dat Octant niet kan worden verweten de (uiteindelijke) bestemming niet te hebben medegedeeld nu er bij [eiseres] nog geen zekerheid omtrent de bestemming was en 's Hofs kennelijke oordeel dat Octant aan de verzekeraars geen mededeling behoefde te doen van [eiseres] voornemen de bestemming te gaan wijzigen temeer nu de verzekeraars bij het aangaan van de overeenkomst anderszins reeds ervan op de hoogte waren dat [eiseres] voornemens was de bestemming te wijzigen, geeft op zichzelf genomen - gezien de inhoud van art. 2.24 van de verzekeringsvoorwaarden - niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ccb2882e9b84d35accf27c833457414fb89cd825e0e73087b60477b2d334397, en de alinea staat in dat document op bytes 35284 tot 36091.