Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 151 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0128.

4.17.1. Voor de argumentatie aan de hand van de beweerde aard van de licentieovereenkomst betreffende uitvoerende kunstenaars en de betekenis van art. 9 WNR, geldt eveneens dat deze pas in cassatie naar voren komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cb761a0a82849a1aa9ea79dde3c3cfba583b0a405b2244c20cc597edf9707e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cb761a0a82849a1aa9ea79dde3c3cfba583b0a405b2244c20cc597edf9707e6, en de alinea staat in dat document op bytes 52750 tot 52978.