Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0128.
4.17.3. Het is mij niet ontgaan dat art. 9 WNR aan een licentieovereenkomst (althans tussen de uitvoerende kunstenaar en diens licentienemer) de eis van schriftelijkheid stelt.(20) Het is mij ook niet ontgaan dat blijkens de feiten sprake is geweest van een essentiële mondelinge aanvulling in de overeenkomst tussen Bone Fiction en Peer. Terecht evenwel heeft Rainbow van dit punt noch in de feitelijke instanties, noch in het middel, noch in de s.t. een ('echt') punt gemaakt. Immers, er is niet gesteld dat op de overeenkomt tussen Bone Fiction en Peer Nederlands recht van toepassing is (en dat dit zo zou zijn is ook niet zo maar aannemelijk). Daarmee ontbeert dit Nederlandse vormvoorschrift voor de licentieovereenkomst tussen Bone Fiction en Peer toepassing, met als gevolg een evenzeer ontbrekende 'doorwerking' naar het contract tussen Peer en Rainbow. Ik laat dan nog daar dat dit Nederlandse wettelijke vormvoorschrift voor WNR-licenties (dat niet geldt voor auteursrechtlicenties) in de literatuur bekritiseerd is.(21)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cb761a0a82849a1aa9ea79dde3c3cfba583b0a405b2244c20cc597edf9707e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cb761a0a82849a1aa9ea79dde3c3cfba583b0a405b2244c20cc597edf9707e6, en de alinea staat in dat document op bytes 53487 tot 54532.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1cb761a0a82849a1aa9ea79dde3c3cfba583b0a405b2244c20cc597edf9707e6 | shasum -a 256