Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0136.

17) Vandaar mijn stelling dat wat de rechtbank lijkt te eisen, goede zin mist: tegen het feit dat (negenennegentig van de honderd) werknemers die uitdrukkelijk zouden verklaren dat zij een CAO met (uitdrukkelijk) inbegrip van de daarvan deel uitmakende geschillenregeling aanvaarden, desondanks niet begrijpen wat die verklaring inhoudt en welke gevolgen die voor hen heeft(14), is geen kruid gewassen. De eis van de rechtbank komt daarom neer op een nagenoeg inhoudsloze formaliteit: een formele verklaring, die niet betekent dat de strekking ook werkelijk tot degene die die aflegt heeft kunnen doordringen. Ik zie niet dat daarmee iets gewonnen is, in vergelijking met de in algemene bewoordingen gegeven "adhesieverklaring" die in de aanstellingsbrief van [verweerder] staat. Zo'n "adhesieverklaring" wordt in het algemeen rechtens als voldoende beschouwd om gebondenheid mee te brengen aan datgene waarover die verklaring gaat, ook al is duidelijk dat degene die die verklaring afgeeft dat maar ten dele of zelfs helemaal niet heeft begrepen(15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ebfa0a158ad064a68086a30567b88a176e54df2b4fd826c90f2af86d5c609cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ebfa0a158ad064a68086a30567b88a176e54df2b4fd826c90f2af86d5c609cb, en de alinea staat in dat document op bytes 19523 tot 20588.