Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0136.

23) Wanneer de Hoge Raad van oordeel zou zijn dat er inderdaad plaats is voor (het aannemen van) de verplichting van de werkgever die ik zojuist bepleitte, moet onder ogen worden gezien dat er in de feitelijke instanties niet is gesteld dat ABN AMRO [verweerder] vóór het aanhangig maken van deze procedure er niet - tijdig - op heeft gewezen dat zij zich op de geschillenregeling uit de CAO wilde beroepen (dat [verweerder] ABN AMRO niet "rauwelijks" heeft gedagvaard kan daarentegen, denk ik, wel als vaststaand worden aangenomen, omdat dat duidelijk naar voren komt uit de bij de bij conclusie van eis in eerste aanleg als prod. 4 overgelegde correspondentie) (18). Logischerwijs is er ook niet gesteld dat aan het ontbreken van een mededeling van ABN AMRO als hier bedoeld, het gevolg moest worden verbonden dat aan ABN AMRO geen beroep op de geschillenregeling toekomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ebfa0a158ad064a68086a30567b88a176e54df2b4fd826c90f2af86d5c609cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ebfa0a158ad064a68086a30567b88a176e54df2b4fd826c90f2af86d5c609cb, en de alinea staat in dat document op bytes 26076 tot 26965.