Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0136.

24) Ik meen dat, in de veronderstelling die aan de vorige alinea ten grondslag ligt, het hier om een voor partijen nieuwe, en door partijen redelijkerwijs ook niet te voorziene wending gaat. In de rechtspraak van de Hoge Raad is daaraan wel de het gevolg verbonden dat de partijen na vernietiging en verwijzing de gelegenheid moeten krijgen hun stellingen aan te passen aan de inzichten die de beslissing van de Hoge Raad biedt(19). Nog steeds doorbordurend op de veronderstelling dat de Hoge Raad de hoger verdedigde gedachte voor juist zou houden, lijkt mij ook in de onderhavige zaak ruimte aanwezig voor het alsnog inbrengen van feitelijke stellingen, na verwijzing, naar aanleiding van dit "nieuwe" gegeven(20).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ebfa0a158ad064a68086a30567b88a176e54df2b4fd826c90f2af86d5c609cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ebfa0a158ad064a68086a30567b88a176e54df2b4fd826c90f2af86d5c609cb, en de alinea staat in dat document op bytes 26985 tot 27714.