Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0148.

2.1.12 Hof en President zijn er, gezien hun oordeel dat het contactjournaal mede persoonlijke werkaantekeningen bevat, kennelijk van uitgegaan dat het contactjournaal ook andere informatie bevat die in beginsel wèl ter inzage zou behoren te zijn. Het hof heeft echter kennelijk aannemelijk geoordeeld de stelling van de Stichting dat het contactjournaal dient als geheugensteun voor de maatschappelijk werker bij de voorbereiding van officiële rapportages betreffende het hulpverleningsproces aan [dochter 1] en [dochter 2] (memorie van antwoord nr. 5, pleitnota hoger beroep nr. 11) waarin deze informatie is verwerkt en dat de vader over deze stukken reeds beschikt nu deze stukken in de procedures over herstel in gezag en omgang in het geding zijn gebracht (pleitnota hoger beroep nr. 17). Dat oordeel kan de beslissing van het hof dragen en behoeft, in aanmerking genomen de aard van de kort-gedingprocedure, geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9bf48bb5b832a1794462944dc5b6a3cd590bc1deeefd6a44515a55c810f044b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9bf48bb5b832a1794462944dc5b6a3cd590bc1deeefd6a44515a55c810f044b, en de alinea staat in dat document op bytes 25462 tot 26414.