Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0148.

2.2.2 De rechter in kort geding is niet gebonden aan de regels van bewijslastverdeling. De verdeling van de bewijslast is aan het inzicht van de president overgelaten, HR 16 februari 1962, NJ 1962, 142 en HR 22 november 1974, NJ 1975, 176, m. nt. WLH. Het gaat in kort geding om 'aannemelijk maken'. De president heeft geoordeeld dat de vader niet aannemelijk heeft gemaakt dat enige klachtencommissie inzicht heeft gehad in de contactjournalen. Dat oordeel kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Het oordeel van de president doorstaat die toets, gelet op de brieven van de secretarissen van de klachtencommissies, die beiden hebben verklaard dat de contactjournalen geen onderdeel uitmaakten van de aan de klachtencommissies overgelegde dossiers (producties 1 en 2 bij de memorie van antwoord). De klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9bf48bb5b832a1794462944dc5b6a3cd590bc1deeefd6a44515a55c810f044b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9bf48bb5b832a1794462944dc5b6a3cd590bc1deeefd6a44515a55c810f044b, en de alinea staat in dat document op bytes 27074 tot 27930.