Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0159.

1. Deze zaak betreft de vraag of bij tegenbewijs de rechter in de waardering van een door een partijgetuige afgelegde verklaring gebonden is aan de in art. 213 lid 1 (oud) Rv neergelegde regel dat hetgeen door een partijgetuige is verklaard geen bewijs te haren voordele kan opleveren indien geen aanvullende bewijzen voorhanden zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25, en de alinea staat in dat document op bytes 4442 tot 4790.