Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0159.

"De in art. 213 lid 1 Rv. neergelegde regel dat hetgeen door een partij-getuige is verklaard geen bewijs te haren voordele kan opleveren indien geen aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partij-verklaring voldoende geloofwaardig maken, geldt uitsluitend indien het gaat om een verklaring omtrent door die partij te bewijzen feiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25, en de alinea staat in dat document op bytes 10541 tot 10958.