Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0159.
15. Uit deze overwegingen van de Hoge Raad volgt dat het middel 's Hofs oordeel dat aan de getuigenverklaring van [eiser] in verband met het bepaalde van art. 213 lid 1 (oud) Rv slechts beperkte bewijskracht toekomt terecht als onjuist bestrijdt. Hieraan doet niet af dat bij de voorbereiding van de herziening van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering naar aanleiding van kritiek in de literatuur (zie hierover de NJ-noot van Asser onder het hiervoor genoemde arrest) is voorgesteld om art. 213 lid 1 (oud) Rv te schrappen. De bepaling is immers niet geschrapt, doch ongewijzigd - als art. 164 lid 2 Rv - teruggekeerd in het vernieuwde Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Er is dan ook geen aanleiding voor de Hoge Raad om terug te komen van zijn in genoemd arrest uitgesproken oordeel over de strekking van art. 213 lid 1 (oud), thans art. 164 lid 1 Rv, bij de beoordeling van de bewijskracht van een bij tegenbewijs afgelegde partijgetuigenverklaring. Onderdeel 1 slaagt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25, en de alinea staat in dat document op bytes 11503 tot 12510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25 | shasum -a 256