Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0159.

17. De vraag rijst welke rol de getuigenverklaring van [eiser] heeft gespeeld in 's Hofs oordeel over de vraag of partijen zijn overeengekomen dat [eiser] alle reparaties aan de luikenkap voor zijn rekening zou nemen. Betoogd zou kunnen worden dat - zoals Pavema in haar schriftelijke toelichting doet (blz. 3) - het Hof tot een zelfde oordeel zou zijn gekomen indien het aan de getuigenverklaring van [eiser] wèl onbeperkte bewijskracht had toegekend. Of dit het geval is, kan uit r.o. 5 niet met zekerheid worden opgemaakt. Welke betekenis aan de getuigenverklaring van [eiser] toekomt, vergt een feitelijke waardering waarvoor in cassatie geen plaats is. Na vernietiging van het bestreden arrest zal derhalve verwijzing moeten volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c507e6f2f9dbd731c9cbe15ed0553873dc4023f232ea4ec7d6d2f883e06fcc25, en de alinea staat in dat document op bytes 12827 tot 13579.