Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0165.

2.3. Het middel klaagt subsidiair dat het hof Motrac in haar hoger beroep tegen het vonnis van 16 april 1998 niet-ontvankelijk had behoren te verklaren omdat Motrac in dat vonnis heeft berust (art. 334 Rv). Berusting in een rechterlijke uitspraak is het te kennen geven aan de wederpartij van de wil om zich bij die uitspraak neer te leggen en aldus afstand te doen van het recht om daartegen een rechtsmiddel in te stellen. Van berusting kan slechts sprake zijn ingeval de in het ongelijk gestelde partij na de uitspraak jegens de wederpartij een houding heeft aangenomen, waaruit in het licht van de omstandigheden van het geval ondubbelzinnig blijkt dat zij zich bij de uitspraak neerlegt(4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fab366ff901282e664f0afd6e341fe5c2720ce4998a0379250bbb1a4a90dea8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fab366ff901282e664f0afd6e341fe5c2720ce4998a0379250bbb1a4a90dea8e, en de alinea staat in dat document op bytes 11544 tot 12253.