Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0165.
2.4. Anders dan het middel veronderstelt, behoefde het hof uit de omstandigheid dat Motrac het woord heeft gevoerd ter comparitie van 16 september 1998 niet af te leiden dat Motrac in het vonnis van 16 april 1998 heeft berust. De comparitie had inderdaad ten doel met partijen te bespreken op welke wijze de hoogte van het teveel betaalde bedrag zou kunnen worden vastgesteld, zulks op de voet van de beslissingen die de rechtbank in het tussenvonnis van 16 april 1998 had genomen. De Hoge Raad heeft eerder beslist dat het enkele feit dat een procespartij gevolg geeft aan een rechterlijke uitspraak op zichzelf nog niet betekent dat die procespartij zich ondubbelzinnig bij die uitspraak neerlegt(5). Het feit dat Motrac heeft meegewerkt aan de comparitie houdt niet in dat zij zich ondubbelzinnig bij de uitspraak van 16 april 1998 neerlegt. Terzijde merk ik op dat de klacht ook faalt omdat Motrac tijdens de comparitie (p.-v. blz. 2) uitdrukkelijk heeft laten weten het niet eens te zijn met het tussenvonnis doch het efficiënter te vinden met het instellen van hoger beroep te wachten. De slotsom is dat middel 1 niet tot cassatie leidt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fab366ff901282e664f0afd6e341fe5c2720ce4998a0379250bbb1a4a90dea8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fab366ff901282e664f0afd6e341fe5c2720ce4998a0379250bbb1a4a90dea8e, en de alinea staat in dat document op bytes 12273 tot 13430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fab366ff901282e664f0afd6e341fe5c2720ce4998a0379250bbb1a4a90dea8e | shasum -a 256