Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0165.
2.13. Onder 4.4 wijst het middel nog op de aanvullende werking van de redelijkheid en de billijkheid, zulks ten betoge (onder 4.5) dat het op de weg van Motrac lag om [eiseres] in te lichten toen zij de wijze van factureren veranderde. Deze klacht miskent dat aan de wijze van factureren door Motrac aan [eiseres] niets is veranderd: aan [eiseres] is slechts een voordeel ontgaan waarop zij aanspraak meent te mogen maken. Mede gelet op de schriftelijke toelichting, is het niet de bedoeling met deze motiveringsklacht de iustum pretium-leer(8) of een dwaling van [eiseres] in de waarde van de tegenprestatie van Motrac(9) aan de Hoge Raad voor te leggen. Ik heb nog even gedacht aan de rechtspraak van de Hoge Raad over nauw samenhangende contractsverhoudingen(10), maar ook daarop zijn de stellingen niet gericht. Mijn slotsom is dat middel 2 niet voldoende is voor cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fab366ff901282e664f0afd6e341fe5c2720ce4998a0379250bbb1a4a90dea8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fab366ff901282e664f0afd6e341fe5c2720ce4998a0379250bbb1a4a90dea8e, en de alinea staat in dat document op bytes 21069 tot 21959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fab366ff901282e664f0afd6e341fe5c2720ce4998a0379250bbb1a4a90dea8e | shasum -a 256