Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0168.
Ook wat betreft de eventueel door Oryx aan art. 3:36 BW te ontlenen bescherming hebben rechtbank en hof juist geoordeeld. In cassatie wordt niet bestreden 's hofs oordeel (r.o. 3.2), dat de (enige) verklaring waarop Oryx in dit geval is afgegaan, de verklaring van [B] is. Oryx heeft ook niet gesteld dat zij (daarnaast) aan enige verklaring of gedraging van de debiteur van de verpande vordering, [A], het vertrouwen heeft ontleend dat [B] in haar relatie tot [A] tot de verpanding bevoegd was. Rechtbank en hof hebben dan ook terecht geconcludeerd dat Oryx zich jegens [A] niet kan beroepen op artikel 3:36 BW, omdat voor een geslaagd beroep op artikel 3:36 BW in dit verband vereist is dat vertrouwd is op een verklaring of gedraging(8) van de debiteur van de verpande vordering. Artikel 3:36 geeft immers, evenals art. 3:35, aan degene jegens wie een bepaalde schijn is opgewekt de bevoegdheid zich op die schijn te beroepen, doch uitsluitend jegens hem die die schijn heeft opgewekt (aan wie met andere woorden de schijn kan worden toegerekend). Zie Parl. Gesch. Boek 3, p. 180 en Asser-Hartkamp II, 2001, nr. 130; voorts o.m. Pitlo-Reehuis-Heisterkamp, 2001, nr. 282 en Mijnssen-Schut, a.w. p. 163.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecf0213120f5dbfb5fef830b9e03a059a8e026ee8b8f82c30748f17a1192079c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecf0213120f5dbfb5fef830b9e03a059a8e026ee8b8f82c30748f17a1192079c, en de alinea staat in dat document op bytes 14762 tot 15979.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecf0213120f5dbfb5fef830b9e03a059a8e026ee8b8f82c30748f17a1192079c | shasum -a 256