Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0175.

8 HR 3 februari 1978, NJ 1978, 248 (PZ) (Roover/De Toekomst); HR 8 november 1985, NJ 1986, 309 (PAS) (Van Haaren/Cehave); HR 13 december 1991, NJ 1992, 441 (Goldsteen/Roeland). Zie voorts de conclusie van A-G Koopmans voor HR 4 januari 1991, NJ 1991, 270; de conclusie van A-G Mok voor HR 3 maart 1995, NJ 1995, 470; mijn conclusie voor HR 17 oktober 1997, NJ 1998, 130; Losbl. Arbeidsoverenkomst (Olbers), aant. 18 bij art. 7:628; Van der Grinten, Arbeidsovereenkomstenrecht, 2002, blz. 91-93; J.M. van Slooten, Arbeid en loon, 1999, blz. 278-292.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1, en de alinea staat in dat document op bytes 53777 tot 54341.