Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0175.

2.7 Deze klacht loopt reeds stuk op het feit dat is gesteld noch gebleken dat [eiser] tijdens de voor de rechtbank gevoerde procedure, dit bezwaar heeft gemaakt. Hij kan deze omissie - als daarvan al sprake zou zijn - niet in cassatie herstellen. Wat de akte van 13 oktober 1999 betreft komt daarbij dat deze het bestek van een akte niet te buiten ging. De inhoud daarvan is beperkt tot een reactie op enerzijds het grote aantal producties bij de MvA en anderzijds de akte van [eiser] van 21 juli 1999. Het stond het GAK vrij aan te geven dat zich na het uitbrengen van de verkorte rapportage van IvAS een aantal nieuwe ontwikkelingen had voorgedaan en daarover een standpunt in te nemen. De omvang van die akte wordt ten slotte nagenoeg geheel veroorzaakt door het grote aantal bijlagen, waarvan is gesteld noch gebleken dat [eiser] ze niet kende. Wat de akte van 6 oktober 2000 aangaat, stuit de klacht ook af op het feit dat, zoals onder 1.10 van deze conclusie is vermeld, beide raadslieden ter comparitie hebben verklaard ermee in te stemmen dat de ter voorbereiding voor die zitting aan de rechter-commissaris toegezonden stukken, over en weer als processtukken worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1, en de alinea staat in dat document op bytes 30736 tot 31935.