Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0175.

2.9 De wettelijke grondslag voor de vordering van [eiser] is te vinden in art. 7:628 lid 1 BW, dat kort gezegd bepaalt dat de werknemer recht houdt op betaling van zijn loon indien hij de overeengekomen werkzaamheden niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen. Het gaat hier om een uitzondering op de hoofdregel: geen arbeid, geen loon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1, en de alinea staat in dat document op bytes 32390 tot 32802.