Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0175.
3.4 Mijns inziens wordt de kernvraag geformuleerd door mr. Duk. Deze stelt(20) dat de op zichzelf juiste overweging van de rechtbank, dat het GAK gehouden was zich in te spannen om [eiser] te herplaatsen zolang nog niet duidelijk was geworden dat daarop geen reëel uitzicht bestond, pas dan meebrengt dat loon zou moeten worden voldaan als aannemelijk zou zijn dat [eiser] daadwerkelijk zou zijn herplaatst indien voldoende inspanning zou zijn betracht. De rechtbank heeft dit echter niet vastgesteld (en het oordeel waartoe zij is gekomen, impliceert het tegendeel). De vraag is nu of ook de analyse van mr. Duk juist is. Dat is het geval indien voor de loonvordering van [eiser] beslissend is het enkele feit dat achteraf is komen vast te staan dat hij niet in staat is zodanig aangepast arbeid te verrichten, dat redelijkerwijs van het GAK kan worden gevergd dat het hem daartoe in staat stelt. Niet van belang zou dan moeten zijn dat het, na het verstrijken van de 'reguliere' wachtperiode in december 1994, nog ongeveer zes jaren heeft geduurd voordat daarover duidelijkheid was verkregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1, en de alinea staat in dat document op bytes 48685 tot 49793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1 | shasum -a 256