Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0175.

3.7 Uitgaande van het vorenstaande meen ik dat het bestreden oordeel geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. In dit oordeel ligt immers besloten dat het voor rekening van het GAK moet komen dat pas in deze procedure in hoger beroep - mede onder druk van twee kort gedingen - duidelijk is geworden dat (en waarom) er geen reële mogelijkheid is [eiser] conform zijn aanbod te herplaatsen in een passende functie of niveau 3, 4 of 5. De rechtbank heeft hiermee terecht tot uitdrukking gebracht dat het op de weg van het GAK had gelegen deze duidelijkheid eerder (en wel voor 1 december 1994) te verkrijgen. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, ook niet in het licht van rov. 11, nu het daarin vervatte oordeel onmiskenbaar alleen ziet op het verwijt dat het GAK zich - kort gezegd - bij de eerdere integratiepogingen onvoldoende heeft ingespannen. Het feit dat het GAK bij deze pogingen geen onwil of tekortschietende begeleiding kan worden verweten, laat immers onverlet dat het op zijn weg had gelegen in een eerder stadium te onderzoeken of er een reëel vooruitzicht op herplaatsing was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b917ea0f6c1717c0b0155e45bc57d4df1f99b6941ed00122dec648040491a3d1, en de alinea staat in dat document op bytes 51016 tot 52129.