Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0183.
23 Ik meen overigens dat daarbij door de kantonrechter in de ontbindingsprocedure in het midden is gelaten of de bank jegens [eiser] gehouden was het door deze gewenste (tegen)rapport te verstrekken - de kantonrechter heeft slechts het nadeel dat [eiser] ondervond doordat hij in feite niet over dat stuk kon beschikken, in de begroting van de ontbindingsvergoeding betrokken. De rechtbank heeft daarentegen blijkens het in rov. 17 gegeven oordeel - zie alinea's 9 t/m 11 hiervóór - kennelijk aangenomen dat het niet-verstrekken van het betreffende stuk niet strijdig was met de verplichtingen van een goed werkgever - wat impliceert dat [eiser] er geen recht op kon doen gelden dat dat hem werd verstrekt. Dat laatste laat natuurlijk onverlet dat [eiser] bij het door hem verlangde stuk belang kan hebben, en dat dat belang en het daarmee verbonden nadeel in de begroting van de ontbindingsvergoeding een rol (mogen) spelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e, en de alinea staat in dat document op bytes 44940 tot 45881.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4acaccebf8b559f18ba43afc07e4703c569273f1052e3d16440c24861c09522e | shasum -a 256